Regiovoorzitter Jacques van der Harst


‘Ik dicteer niet, maar poneer wel graag een visie’


Zijn hart klopt voor de paardensport en de regio Noord-Brabant plukt hier de vruchten van. Regiovoorzitter Jacques van der Harst vertelt graag over de efficiëntieslag die met ‘zijn’ bestuur is bewerkstelligd en ziet daarnaast diverse uitdagingen liggen voor onze paardensport. De goedlachse Brabander met Haagse tongval heeft er zijn mening over en komt ook met ideeën. 

‘Als ik de paardensport kan promoten, laat ik dat niet na’

‘Als ik iets kan doen om de paardensport te promoten, wil ik dat niet nalaten.’ Met deze woorden reageert Jacques van der Harst direct enthousiast als hij wordt benaderd voor een interview. De afspraak is snel gemaakt en enkele dagen later zwiert de voordeur van zijn huis in Nuland open voor een hartelijk ontvangst. De 72-jarige Van der Harst is net weer thuis na een lang weekend Luxemburg. Hij vertelt: ‘Ik heb er gejureerd op een meerdaagse internationale wedstrijd. Jureren doe ik veel, twee tot drie keer per week en sowieso vaak in de weekenden. Dat kan ik niet loslaten. Ik vind jureren gewoon veel te leuk om te doen. Daarnaast geef ik les en de rest van de tijd steek ik veelal in de regio. Als je dat een beetje fatsoenlijk wilt doen, vraagt dat gewoon tijd.’ En met een lach: ‘Ik ben met pensioen, maar heb het drukker dan ooit.’   


Drie jaar geleden werd Van der Harst voorzitter van de KNHS-regio Noord-Brabant, van oudsher een echte paardensportregio en ook groot te noemen met zes kringen, waar de vele plaatselijke verenigingen weer onder vallen. De import-Brabander (zie kader) is begonnen aan zijn tweede termijn van drie jaar en spreekt met trots over zijn bestuur. ‘We hebben een heel goed bestuur en dat komt mede doordat we een koerswijziging hebben ingezet. Toen ik pas voorzitter werd, bestond het bestuur veelal uit vertegenwoordigers die er hoofdzakelijk zaten om hun eigen kring te verdedigen. Begrijpelijk, want daarvoor zaten ze mede daar, maar dit verliep niet altijd soepel. Het werk belandde ook te veel op het bordje van twee of drie mensen en we kregen geen kandidaten meer voor het bestuur. Dus wat hebben we gedaan? We hebben in de ledenvergadering aangegeven dat we van vertegenwoordigers van de kringen naar mensen met eigen expertises wilden gegaan. Een ieder in het bestuur heeft zijn eigen takenpakket gekregen en beheert een andere portefeuille. De nieuwe opzet loopt anderhalf jaar en bevalt super. Het is nu voor iedereen leuk, juist omdat mensen doen wat ze leuk vinden. We zijn zelf met deze opzet gekomen en het wordt nu ook gekopieerd in andere regio’s.’

Jacques van der Harst tijdens een kadertraining voor de pararuiters in Ermelo.

Belang recreatie

Al pratende komen de namen van de acht medebestuursleden Mirjam van Lanen, Peter Timmers, John Dielissen, Ton van Overbeek, Ad Mulders, Nicole Vergouwen, Bastian van den Ende en Gert-Jan de Reus, inclusief hun expertises, voorbij. Het levert een breed palet aan portefeuilles op, met zaken als secretariaat, financiën, jeugd, regiotrainingen, recreatie, kampioenschappen, verschillende paardensportdisciplines en media. De laatste licht Jacques eruit als voorbeeld: ‘Ad is bij ons, naast de discipline springen, verantwoordelijk voor de media. Hij houdt Facebook bij en Laura Verwijst, onze voortreffelijke wedstrijdsecretaresse, beheert de website. Ad heeft zelf een mediabedrijf, is regisseur en goed in filmen. Dit is dus zijn expertise en het is heel handig om zo iemand aan boord te hebben, ook met het oog op het kostenplaatje. Zo doen wij aan jurybijscholingen en regelt Ad het filmwerk hiervoor. Die bijscholingen organiseren we als regio voor het hele zuiden, dus ook voor Zeeland en Limburg. De opzet hebben we zelf ontwikkeld en sluit aan bij mijn eigen hobby. Het mooie is dat deze kleinschalige bijscholingen eveneens zijn uitgerold in andere regio’s.’


Het belang van media, met alle bijkomende digitale mogelijkheden, is alleen maar toegenomen. Eenzelfde verhaal gaat op voor recreatie. Lang een ondergeschoven kindje, erkent Van der Harst, maar inmiddels een van de speerpunten. ‘Recreatie is belangrijk, ook voor de KNHS. We binden het gros van de recreatieruiters nog niet aan ons, omdat we ze eerst niets te bieden hadden. Maar neem nu het project Adopteer je route. Dat begint te lopen in Brabant en is van groot belang om de ruiterroutes in de natuur open en begaanbaar te houden. We hebben drie heel actieve regioconsulenten, die echt voor de recreatieruiters in de weer zijn. Bastian, ons bestuurslid, had even tijd nodig. Hij heeft geen paardenachtergrond, maar is heel enthousiast en dat is belangrijk. We hebben nu een programma gemaakt om de recreatieruiters te bereiken. We gaan naar de grotere buitenritten toe en nemen pakketten mee van de regio. We willen laten zien dat we bestaan en wat we te bieden hebben. Niet zozeer om aan te geven dat mensen lid moeten worden, maar dat we er allemaal baat bij hebben om de bossen open te houden voor de buitenritten. Tijdens de Brabantse kampioenschappen hebben we een standje, waar ook de consulenten aanwezig zijn, en wordt een demonstratie working equitation gegeven. Op verschillende manieren proberen we dus de recreatieruiter te bedienen. Ik denk dat we een van de weinige regio’s zijn die dit zo actief oppakken.’ 

‘Hart van Brabant is een voorbeeld van een heel succesvolle kring’

Ook de KNHS regio Noord-Brabant heeft tegenwoordig de recreatieruiter het nodige te bieden.

Sportieve successen

Naast het binden van recreatieve ruiters liggen er nog voldoende andere uitdagingen op het pad. Jacques ziet ze ook. Hij zegt: ‘Een grote uitdaging is de jeugd stimuleren om te gaan rijden. Uiteindelijk is dat de toekomst. De ponysport begin enigszins te stabiliseren qua ledenaantallen, maar is wel duidelijk teruggelopen in aantal starts. Het zijn tegenwoordig allemaal kleine clubjes, terwijl je in maneges wachtlijsten ziet. De uitdaging is kinderen op de manege, die eventueel verder willen gaan in de sport, te helpen. En vooral ook hun ouders, want die missen vaak kennis en een paardenachtergrond. De sport is wat verder weggedreven van zijn agrarische achtergrond en het ondervangen van de verstedelijking is een van die grote uitdagingen. In onze regio zetten we vol in op de jeugd. Nicole heeft onder meer jeugd in haar portefeuille en zij heeft een pakket gemaakt voor het promoten van de KNHS Ruiteropleiding voor ponyruiters, dat we opsturen naar alle verenigingen. Voor talenten hebben we de regiotrainingen en daarnaast hadden we al de beloftetrainingen, en die zijn we aan het uitbreiden. Op die manier willen we de sport stimuleren en competitie creëren. Dat levert weer successen op. Je ziet dat in Hart van Brabant, een voorbeeld van een heel succesvolle kring. Dat komt omdat er veel competitie is en iedereen elkaar naar een hoger niveau tilt. Dat is leuk om te zien. Ze doen het vervolgens ook goed op nationaal niveau.’

‘Jureren vind ik gewoon veel te leuk om te doen’

Minder kampioenen

‘Van belang is wel dat de sport eerlijk en sportief blijft, met oog voor dierwelzijn,’ aldus de Brabantse regiovoorzitter. En met een knipoog: ‘Anders krijgen we taferelen als in de Efteling en komt de vegan streaker op ons af. Maar even zonder gekheid. We moeten als organisatie daarin duidelijk onze verantwoordelijkheid nemen. Het is belangrijk dat je regels hebt, waar mensen zich aan dienen te houden in de sport. Je moet niet overreguleren, maar er zijn wel bepaalde basisregels. Ik ben op dit punt wel eens bezorgd dat de deregulering doorschiet met het project Van hand veranderen, al vind ik zeker dat daar wel iets mee moet gebeuren. We hebben gigantisch veel reglementen, maar toezicht en controle op uitvoering kunnen beter. Dat is al besproken in de Ledenraad.’

Een overkill ziet de 72-jarige ook in het aantal wedstrijden. Hij zegt: ‘Er is een negatieve trend ontstaan van veel te veel wedstrijden. Het aantal starts per wedstrijd is eigenlijk te laag, waardoor je een stuk competitie en voldoende rendement voor de organiserende verenigingen mist. Daarom gaan we dit seizoen de selectiewedstrijden over de kringgrenzen heen rijden. Zo krijgen we meer volume, meer competitie en maken we het aantrekkelijker voor de verenigingen. Ik zie dit probleem ook bij de Subtop. De charme van zo’n wedstrijd ontbreekt bij een klein veld. Het stelt allemaal niet veel voor en wordt meer een winstpuntenwedstrijd.’


Naast minder wedstrijden klinkt minder kampioenen Van der Harst als muziek in de oren, zo laat hij doorschemeren: ‘Het is waanzinnig als je ziet hoeveel kampioenen we per jaar produceren. Je kunt je afvragen of je nog wel twee nationale kampioenschappen per jaar moet willen. Ik kijk dan vooral naar de winterkampioenschappen. De Subtop was dit jaar teruggebracht naar één dag, vanwege onvoldoende inschrijvingen. En als je kijkt naar de tribunes. Ik heb zelf het ZZ-Licht Indoorkampioenschap gejureerd en daar zat misschien 25 man. We zijn nog maar een van de weinige sportbonden die twee kampioenschappen op een jaar houden. Wat mij betreft kunnen we best de regionale kampioenschappen twee keer houden. Die worden toch meer als een feestje ervaren. Op de Brabantse kampioenschappen is tenminste een heel andere sfeer, meer een met-elkaar-sfeer. Iets om te koesteren. En natuurlijk hebben we nog het voordeel dat we tijdens de Brabantse kampioenschappen selecteren voor de breedtesport op Indoor Brabant - The Dutch Masters. Dat evenement is geweldig en voor veel kinderen vaak belangrijker dan Ermelo.’ 

‘We laten de recreatieruiters zien dat we bestaan’

‘Het zou mooi zijn als de Hippiade in 2020 een hele week duurt.’

Hippiade

Waar hij de levensvatbaarheid van de Indoorkampioenschappen in twijfel trekt, ziet Jacques wel meer mogelijkheden voor de zomerse Hippiade. Piketpaaltjes zijn al geplaatst, zo maken we op uit zijn woorden. ‘De Hippiade zouden we nog meer cachet kunnen geven. Het evenement is nu twee keer anderhalve dag, op vrijdagmiddag en op zaterdag, en het zou mooi zijn als de Hippiade in 2020 een hele week duurt. Daar wordt actueel naar gekeken. We willen meer mogelijkheden voor de jeugd bieden. Dat is de doelgroep die we naar de Hippiade willen krijgen,’ aldus Van der Harst, die tijdens het gesprek een vat vol ideeën blijkt. De suggestie dat zijn inbreng ogenschijnlijk van aanzienlijk belang is voor de regio, wimpelt hij echter resoluut weg. Hij zegt: ‘Er staat een goed fundament. Als ik er morgen niet meer ben, loopt alles gewoon door. Zo moet het ook. Ik hoop ergens wel dat ik nog gemist wordt.’(lacht) ‘En natuurlijk moet iemand sturing geven. Dat doe ik duidelijk, maar daarbinnen heeft iedereen zijn eigen inbreng. Ik dicteer niet, alles gaat in overleg en iedereen pakt zijn eigen verantwoordelijkheid. Maar je moet wel een visie durven poneren. Dat doe ik graag. Anders gebeurt er niets.’

Bijzonder carrièrepad

Hoewel Jacques van der Harst (1947) na al die jaren ingeburgerd is in het Brabantse, verraadt zijn accent dat Van der Harst afkomstig is uit Den Haag. Daar belandde hij als zestienjarige in de manege. Hij koestert mooie herinneringen aan die tijd: ‘Na drie weken stond ik les te geven. Natuurlijk aan beginners, maar je houdt het niet voor mogelijk. Nu was de eigenaar niet zo geïnteresseerd in lesgeven, dus die vond het wel prima.’ Een jonge Van der Harst had de smaak te pakken en wilde niets liever dan werken in de paarden. Zijn ouders staken er een stokje voor. ‘Ik moest eerst mijn diploma halen en dat heb ik gedaan in de werktuigbouwkunde. Ik ben ze er nog altijd dankbaar voor,’ aldus Van der Harst. Met een diploma op zak begon hij alsnog in de paarden. De paarden brachten hem eerst naar Drenthe, vervolgens naar het Duitse Ostfriesland en uiteindelijk naar Limburg. ‘Dat is een heel mooie tijd geweest. Ik heb er mijn instructeursdiploma gehaald, nog bij Ruiterkamp,’ aldus Van der Harst, die in 1985 de professionele paardensport toch gedag zei. Het lesgeven bracht te weinig brood op de plank en dankzij zijn achtergrond in de werktuigbouw kwam een mooi aanbod voorbij in de technische dienst bij AKZO. Een opvallende inhaalslag in het bedrijfsleven volgde. Van der Harst klom op tot hoofd Productie en werd wereldburger. Hij kreeg een vergelijkbare functie in Amerika, werkte in Zweden, in China en ging voor het toen nog onder Akzo Nobel vallende Organon aan de slag in Mexico. Op den duur kwam hij terug naar Nederland. Hij belandde voor Organon in Oss, vestigde zich met zijn vrouw in Nuland en pakte zijn passie voor de paardensport weer op.

‘De uitdaging is kinderen, die eventueel verder willen gaan in de sport, te helpen.’